Laat een bedwelmende indruk na ... Een kleinood van een bedachtzame vernieuwer Bert Van Raemdonck, De Standaard (****) Ten Napel overtuigt met een consequent zoekende en associatieve schrijfwijze die niet lijdt aan de ziekte van chronologie, vertellend geschetter en morele bevangenheid. Hij zoekt naar het onverwachte, het niet-evidente, het ontastbare van poëzie. Kees ’t Hart, De Groene Amsterdammer Ten Napel wil er geen gemakkelijk ontroerend verhaal van maken ... Zijn project, zijn strijd, is dit: voorkomen dat het onderscheidende straffeloos ingelijfd wordt door een gemeenschap die van de gemeenplaatsen aan elkaar hangt. Sebastiaan Kort, NRC (****) Omslag: Herman Houbrechts

Marie Verhulp, een gelauwerd dichteres, stopte twintig jaar geleden plotseling met schrijven. Nu doceert ze filosofie en bezoekt ze conferenties, musea, concerten, cafés. Ze maakt notities, leest, observeert, en raakt van tijd tot tijd in gesprek: met een jongere dichter die twijfelt aan de richting van zijn werk; met een studente die over moederschap schrijft; met haar broer, die terugdenkt aan hun jeugd en aan het boek dat hem redde.

Over het zwijgen is een roman in impressies en gedachtegangen, van ‘misschien wel de spannendste auteur van zijn generatie’ (De Volkskrant), over spoken, kunst, familie, inleving en afstand, over het stiksel dat een leven bijeenhoudt. Op de achtergrond ontstaat, als in slow motion, het portret van een vrouw die onze verhalen – over anderen en onszelf – is gaan wantrouwen, en zich afvraagt of een mens ook zonder kan.

Op 24 maart 2024 was Over het zwijgen te zien in VPRO Boeken. Het boek werd na verschijning door De Groene Amsterdammer uitgekozen als een van de 5 boeken van de maand.

Reacties
Ten Napel zorgt ervoor dat deze korte roman pas na de laatste bladzijde echt begint te werken. De foto aan je muur, het kopje waaruit je drinkt en zelfs de stoel waarop je zit blijken ineens details te bevatten die je al lang niet meer hebt gezien. En dan volgt de stilte waarover dit boek uiteindelijk gaat. Die stilte heeft al lang niet meer zo zwanger geklonken. Bert Van Raemdonck, De Standaard (****) Herder, een jongeman die Verhulp op komt zoeken, is in zekere zin een vertegenwoordiger van het op de automatische piloot vragen naar hoe dat toch kan, ergens in uitblinken en er dan maar gewoon mee uitscheiden. Hij reist naar Parijs af en mag een paar dagen opwandelen met Verhulp, tussen neus en lippen wellicht wat subtiele vraagjes afvurend over haar plotselinge koerswijziging. Maar hij is evengoed, zou je kunnen zeggen, op haar hand. Want ook hij is een dichter en iemand die vaagjes wel iets begrijpt van haar positionering. Als hij een lezing van Verhulp bijwoont en ze op een volkomen naturelle manier hardop filosofeert over het vraagstuk van de zinloosheid, raakt hij bijkans betoverd door haar charisma. Ten Napel benadrukt dat het niet alleen haar woorden zijn die indruk op Herder maken, het is ook haar houding, alsof het klopt dat ze daar staat en op die manier redeneert. Sebastiaan Kort, NRC (****) Over het zwijgen is een kleinood waarin de dichter, de essayist en de romanschrijver in Roelof ten Napel elkaar ontmoeten ... Literatuur hoeft niet over de hele wereld te gaan om toch iets over die wereld te zeggen. Soms is betekenisvol zwijgen meer dan genoeg. Bert Van Raemdonck, De Standaard (****) Elegante derde roman ... de heldere, bijna kristallijnen taal voert je moeiteloos mee in deze broze vertelling Dirk Leyman, De Morgen Ik zette een vraagteken in de kantlijn, maar later voegde ik in rood potlood een uitroepteken toe omdat ik bij nader inzien toch mee begon te denken. Ten Napel lokte me met volle kracht de denkwereld van deze ‘Marie’ binnen. Ze krijgt in dit boek inderdaad textuur, lichtheid en waarheid, zonder dat deze grote woorden vaak vallen. ... [Over het zwijgen] provoceert een debat, dat is uiteraard de kracht. Het bepaalt ook de meeslependheid ervan. Ten Napel overtuigt met een consequent zoekende en associatieve schrijfwijze die niet lijdt aan de ziekte van chronologie, vertellend geschetter en morele bevangenheid. Hij zoekt naar het onverwachte, het niet-evidente, het ontastbare van poëzie. ... Voor schrijvers van de meer beschouwende literatuur is dit een verplicht werk. Kees ’t Hart, De Groene Amsterdammer Hoe verhoud je je tot de tijd en tot wie je vroeger, of als kind, bent geweest? Welke gedachten zijn het waard vastgelegd te worden? Is het nodig om voor de kunst, of iets of iemand anders te leven, of kun je ook besluiten dat niet te doen? Soms roept Ten Napel vragen op door te verwijzen naar grote schrijvers en kunstenaars (Virginia Woolf, Shakespeare, Cy Twombly). Soms juist laat hij een vraag sudderen in de gedachten van zijn personages. (...) Over het zwijgen is meer dan een poging Maries stilte te doorbreken, het is een heel prachtig gebaar om haar beter te begrijpen. Een aanrader voor alle lezers die houden van nadenken over tijd en kunst, van personages die ze niet helemaal begrijpen, van mooie zinnen onderstrepen tijdens het lezen. Lotte Bosch, Athenaeum Boekhandels Over het zwijgen is een ideeënroman, al klinkt dat nogal heftig voor een boek zonder grote filosofen of filosofische stromingen. Misschien is het daarom beter ideeën te vervangen door gedachten, die Ten Napel vervolgens in heldere formuleringen weet te vangen. ... Het leidt ertoe dat je steeds je potlood aanscherpt voor zulke passages, spannender dan menige, door een plot gedreven thriller. Koen Eykhout, De Limburger (****) Aan de hand van Verhulps indrukken en gedachten, aangescherpt door gesprekken met anderen, schetst Ten Napel een vindingrijk portret van een dichter die aan de randen van haar bewustzijn zoekt naar wat er na twee zwijgzame decennia nog over is van haar verhaal. Lieke van den Krommenacker, VPRO Gids Fijnzinnig en helder; Ten Napel kan in heel kleine, korte zinnen heel diepe dingen zeggen. Als lezer ga je al tastend bekijken: wie is ze, wat doet ze, wat denkt ze, in de zoektocht naar een soort antwoord op die vraag. Waarom dicht die vrouw niet meer? Tijdens het lezen, en ook daarna, is er het prikkelende gevoel dat er nog van alles tussen de regels te ontdekken is – en dan ga je nog een keer kijken, en dan komt het tot je. Bo van Houwelingen, Radio 1 en De Volkskrant Het schrijverschap van Roelof ten Napel (1993) draagt al vanaf zijn debuut Constellaties (2014) iets paradoxaals in zich. Want hij mag dan productief zijn (zeven boeken in krap tien jaar tijd), de nog steeds jonge schrijver heeft al vanaf het begin moeite met de vorm waarin het schrijven gegoten dient te worden, namelijk ‘het verhaal’. ... Het zal niet zozeer Ten Napels doel geweest zijn om een kunstenaar of een filosoof te portretteren die de schouders ophaalt over die malligheid van jaren terug. Hij heeft gepoogd (zie de naar het essay knipogende, Montaigne-achtige titel van zijn boek) vat te krijgen op de in zijn ogen inwisselbare, vluchtige plek die iemand inneemt bij het maken van iets uitzonderlijks. Ten dele zal hij dit hebben gedaan om ons narratief over zoiets als ‘scheppen’, of zelfs ‘zijn’, ego-vrijer te maken, om te benadrukken dat wij niet de regisseur zijn van onze prestaties. Dat er iets niet deugt aan de verhalen die we als gevolg van die misvatting op de wereld loslaten kun je al aan de eerste zin van de roman zien: ‘Er was een vrouw in Parijs.’ Door een enkel woord weg te laten, namelijk ‘eens’, laat die zich interpreteren als een pastiche op een van onze canonieke verhaalvormen. Sebastiaan Kort, NRC (****) Knipogend naar het existentialistische idee dat het bestaan geen zin heeft tot je die zelf introduceert, laat de schrijver Marie in haar verleden graven, waardoor de kwestie van haar zwijgen aan belang inboet ten voordelen van die van haar zijn. Wie is deze vrouw en wat houdt haar gaande? Zoals Wittgenstein al opmerkte: ‘De vraag naar de zin van het leven wordt niet opgelost door een antwoord te vinden, maar doordat de vraag verdwijnt.’ Marnix Verplancke, Knack (****) Veel pleit in Ten Napels voordeel, zoals zijn tedere, secure stijl en zijn vermogen om ons een intelligent, denkend personage voor te schotelen, in plaats van de zoveelste domoor die voor onze ogen de mist in gaat. Hij zou het ook best kunnen hoor, full-out retorisch en gevoelig schrijven, zoals hij in een hoofdstuk over een broer en zus even moeiteloos door de kilte heen stapt en je hart beroert, alleen: hij heeft er geen trek in. Zijn project, zijn strijd, is dit: voorkomen dat het onderscheidende straffeloos ingelijfd wordt door een gemeenschap die van de gemeenplaatsen aan elkaar hangt. Sebastiaan Kort, NRC (****)